Res. Southampton (Storms' Harbour - Waterfront) - Nieuwpoort

Subtitle

 

 

Nieuwpoort is één van de snelstgroeiende badplaatsen aan onze Belgische kust en wil het zo aangenaam mogelijk maken voor de toerist.  Er is voor iedereen wat wils.  Zon, zee en strand zijn de 3 belangrijkste factoren voor een geslaagde vakantie, maar Nieuwpoort heeft zo véél meer te bieden. Nieuwpoort-bad is gelegen tussen Oostduinkerke en Westende. Het is een dynamische jonge badstad, welke zelfs in de wintermaanden haar aantrekkingskracht niet verliest. Naast de gezonde zeelucht en de witte zandstranden biedt Nieuwpoort U haar authentieke ontspanningsmogelijkheden: het natuurreservaat “De IJzermonding”, de duinen en polders, de vernieuwde wandel- en fietspromenade langs de zeedijk en de havengeul, de historische binnenstad, de kinderboerderij, de ideeëntuinen, de prachtige jachthaven, de vismijn, de winkels, de restaurantjes…, kortom een "zee" aan mogelijkheden.

Nieuwpoort is geen badstad als een ander. Zijn sterke verbondenheid met de zee staat garant voor een vrijwel oneindig aanbod aan watersport en -plezier, maar komt zeker ook tot uiting in de vissershaven waar dagverse vis en garnalen worden aangevoerd.

Nieuwpoort bestaat uit 4 te onderscheiden gedeelten.

1) Nieuwpoort-Stad met zijn historische bezienswaardigheden. 

2)Nieuwpoort-Bad, een jonge en dynamische badplaats met een brede wandelpromenade en zijn fijn zandstrand.

3) Sint-Joris

4) Ramskapelle

Sint-Joris en Ramskapelle zijn twee polderdorpjes die in het nabije hinterland de rust en authenticiteit bewaren.

 

Havengeul:

 

Tussen de jachthaven en de Noordzee bevindt zich over een afstand van ca. 2 kilometer, de havengeul. In Nieuwpoort-Bad kan men deze havengeul oversteken, dankzij een veerdienst die hier dagelijks actief is.

Op de rechteroever ligt het natuurgebied De IJzermonding met aansluitend de duinen van de voormalige marinebasis van Lombardsijde.

Op de linkeroever bevinden zich enkele technische installaties zoals de kuisbank voor vissersboten, aanlegsteigers voor reddings- en loodsdiensten, herstelplaatsen en - loodsen voor jachten.

Langsheen de Havengeul is sedert het voorjaar 2004 een volledig nieuwe fiets- en wandelpromenade aangelegd. Nieuwpoort krijgt daarmee meteen een van de mooiste stukjes wandel- en fietsroute langsheen de Kust.

Regelmatig kan je zeehonden spotten bij opkomend tij. Binnenin de monding ziet u de zeehondjes voedsel zoeken en uitrusten op het slik.  Een leuke belevenis !

 

Duinen:

 

Slechts een klein deel van de Nieuwpoortse duinen, met name het westelijk deel dat aansluit bij de Oostduinkerkse Karthuizerduinen, komt voor recreatie in aanmerking. Het wordt ruimtelijk begrensd door volgende straten: de Elisalaan, het Sint-Bernardusplein, de Georges Rodenbachlaan, de Emile Verhaerenlaan, de Louisweg en de Kinderlaan. De hoogste toppen steken ruim 20 meter boven het zeeniveau uit. De gemiddelde hoogte schommelt echter tussen de 6 en 10 meter.  

 

Jachthaven: 

 

Stroomafwaarts van de vissershaven is er de Eurojachthaven. Er zijn drie jachtclubs die zowat 2000 ligplaatsen beheren. Daarmee heeft Nieuwpoort de grootste jachthaven van Noord-Europa.

 

Natuurreservaat De IJzermonding:

 

Een natuurreservaat met een zeldzame rijkdom aan fauna en flora die, behalve in het Zwin, in België zijn gelijke niet vindt. Het zoete water van de IJzer, de enige rivier in België die rechtstreeks in de Noordzee uitmondt, vermengt er zich  het het zilte zeewater. Bezoeken zijn enkel mogelijk onder begeleiding.


Grotere kaart weergeven

 

Strand: 

 

 

 

Wie Nieuwpoort zegt, doelt natuurlijk ook op zee & strand. Je bent hier te gast in een familiebadplaats met een zee van strand- en recreatieruimte. Wandelen langs de waterlijn is een onvergetelijke ervaring met verrassende ontdekkingen. Schelpen rapen of bloemen en planten in de duinengordel bekijken is heus niet alleen voor kinderen een belevenis. Beleef gewoon een zonnige dag aan het strand, terwijl de kinderen zandkastelen bouwen, of neem deel aan een geleide strandwandeling.

Voor de sportievelingen onder ons beschikt Nieuwpoort elke zomer over een afgebakend sportstrand.

 

    Searching for Utopia

Dit beeld, beter gekend als de schildpad van Jan Fabre werd in Nieuwpoort geplaatst ter gelegenheid van de eerste editie van de triënale voor moderne kunst aan zee “2003 Beaufort”. Het bronzen beeld viel zodanig in de smaak van duizenden bezoekers en van de eigen bevolking, dat Nieuwpoort overging tot de aankoop ervan.

Enkele cijfers:

  • Gewicht: 5500 kg
  • Lengte: 7 m
  • Breedte: 5 m
  • Hoogte: 3 m

 

 
Grotere kaart weergeven

 

Zeedijk: 

 

De 2 kilometer lange en 40 meter brede, verkeersvrije, zeedijk maakt nogmaals duidelijk dat Nieuwpoort de familiebadplaats bij uitstek is. Na de renovatie van het stadscentrum, het shoppingcentrum van Nieuwpoort-Bad en de Havengeul, is men in 2004 gestart met de volledige renovatie van deze Zeedijk, inclusief de bouw van ondergrondse parkeerplaatsen.

 

   Staketsel

Het Westerstaketsel, gebouwd in 1865, heeft een lengte van 490 meter, terwijl het Oosterstaketsel, uit hetzelfde jaar, 543 meter in zee steekt. Op de hoofden dragen zij een signaallantaarn en een misthoorn, ze lijken op vuurtorens in miniatuur. Tijdens de twee Wereldoorlogen werden de staketsels zwaar beschadigd, om niet te zeggen vernield, ze zijn telkens weer opgebouwd.
Deze twee staketsels vormen een grote attractie en is een pleisterplaats voor toeristen die er lekker komen uitwaaien. De zeehengelsport of het vissen met het kruisnet zijn er een geliefde bezigheid.

 

 

 

   Veerdienst

In de havengeul verbindt een veerboot de twee oevers van de IJzer. De dienst functioneert alle dagen van het jaar, van zonsopgang tot zonsondergang. Deze eenvoudige maar schilderachtige veerdienst behoort tot de infrastructuur van het havengebied en wordt in het seizoen door wel vijfhonderd personen per dag gebruikt. Passend in de visie van de nautische site van de havengeulweg, liggen thans concrete plannen voor, om dit pittoreske stukje geschiedenis door een veel modernere en grotere veerdienst te vervangen, zodat ook rolwagengebruikers en fietsers de oversteek zullen kunnen maken. Deze nieuwe veerdienst zal daarmee een essentieel onderdeel van de Kustfietsroute worden, die over een afstand van ongeveer 70 km. alle kustbadplaatsen met elkaar zal verbinden.

 

   Vuurtoren

 
De vuurtoren, gelegen op de rechteroever van de IJzermonding, heeft een bewogen geschiedenis. Hij werd gebouwd in 1881 op 100m van zee en op 250m van de IJzermonding, ter vervanging van de oude Vierboete, die op de linkeroever en meer stadswaarts stond, te ver van zee om normaal te functioneren.
De nieuwe toren was 28m hoog en vormde met het dubbele woonhuis voor de vuurtorenwachter één complex. Het was verlicht met minerale olie en straalde een vast rood licht uit.
Einde oktober 1914
, tijdens De Slag van de IJzer, werd de vuurtoren stukgeschoten. Herbouwd in het jaar 1923, in baksteen, was hij uitgerust met een elektrisch “bliksemlicht”.
Bij hun aftocht in september 1944 hebben de Duitsers de toren gedynamiteerd. Het volgend jaar werd voorlopig een 15 meter hoge seinpyloon op een duin geplaatst.
De huidige lichttoren werd in gebruik genomen in 1949.
Het betreft ditmaal een betonconstructie beschilderd met witte en rode banen, wat zijn zichtbaarheid en herkenbaarheid als baken zeker ten goede komt. Hij reikt 27 meter boven de zeespiegel, de lichtbron haalt 29 m. Het rode zwaailicht straalt om de 14 seconden een lichtflits uit. De laatste vuurtorenwachter heeft de functie vervuld tot aan zijn opruststelling in 1963. Zo verloor de vuurtoren een stukje romantiek … Sindsdien wordt de werking van de lichttoren geregeld met elektronische afstandsbediening vanuit het gebouw van het Loodswezen aan de overzijde van de IJzermonding.
 

   White Residence

Eertijds werd dit gebouw “Le Grand Hôtel” genoemd. Dit monumentale en beschermde hotel uit 1924 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Lagache. Grijze gevels in natuursteen (arduin) en bepleisterde baksteen met op de barok geïnspireerde ornamenten met balkons en balusters, guirlandes en medaillons, festoenen en bloemmotieven, geprofileerde bogen en beelden maken van dit hotel een indrukwekkende bezienswaardigheid.

 
Grotere kaart weergeven

   Sint-Bernardushond

Een bronzen Sint-Bernardushond siert het Hendrikaplein. Hij verwijst naar de patroonheilige van Nieuwpoort-Bad, en krijgt ieder jaar eind augustus het gezelschap van tientallen levende soortgenoten tijdens de bruisende en sfeervolle Sint-Bernardusfeesten.
Het kunstwerk van 1,20m x 0,90m, van de hand van Monique Mol uit Beauvoorde, werd onthuld op 21 augustus 1998. “Vainqueur van ’t Roodhuis” is de naam van de hond (uit De Panne) die model stond voor dit beeld.

 

 
Grotere kaart weergeven

 

   Sint-Bernarduskerk

Het is een neo-romaanse bouwwerk uit 1923, gebouwd ter vervanging van een gelijkaardig kerkgebouw uit 1877. Niet alleen tijdens de Eerste maar ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk zwaar beschadigd. De herstellingen van 1947 bepalen dan ook het huidige uitzicht. De gevels in gele baksteen rusten op een arduinen sokkel. Het onderscheid van de romaanse Sint-Bernarduskerk met de gotische kerken van Nieuwpoort-Stad en Sint-Joris is in één oogopslag duidelijk.

 
Grotere kaart weergeven

 

   De Blauwvoet

De Blauwvoet is een eikenhouten beeldhouwwerk van 3 meter hoog en 900 kg van Fernand Vanderplancke. Dit werd in 1980 door de Vlaamse Vereniging voor Watersport geschonken aan de stad Nieuwpoort omwille van de ontwikkeling van de eerste en onmiddellijk de grootste Vlaamse jachthaven aan onze kust. Dit beeldhouwwerk kreeg de naam 'Blauwvoet' omdat deze steeds verbonden is geweest met de ontvoogding van het Vlaamse volk en het strijdbaar karakter daarvan onderstreept, de leuze van Rodenbach indachtig: 'Vlieg de Blauwvoet , storm op zee'. Met dit beeld wil VVW een traditie behouden die ook bestaat in andere havens, waar de kapitein van een boot bij wijze van groet een hartversterking aan de opvarenden aanbiedt, zowel bij de afvaart als bij de thuiskomst van het schip. 

 

 
Grotere kaart weergeven

 

   Prins Mauritspark

 

Ligging: Nieuwpoort, Louisweg (Havengeul)

Oppervlakte: 10 ha

Dit park (Keunepark in de volksmond) werd in 1977 aangelegd. Het vormt een groene buffer tussen de havengeul en de bebouwing langsheen de Albert I-laan, die evenwijdig loopt met de havengeul.
In 2000 werd het park omgedoopt naar “Prins Mauritspark”, en dit naar aanleiding van de herdenking van de Slag bij Nieuwpoort in 1600.

   De wapenfeiten

Op 1 juli arriveerde het Hollandse leger zonder noemenswaardige tegenstand aan de IJzermonding. Aan de overkant van de stroom lag Nieuwpoort, het eerste doel van deze veldtocht. Aartshertog Albrecht had een leger op de been gebracht en was hiermee op 1 juli reeds tot Oudenburg gevorderd. Toen hij dit vernam trok Maurits het deel van zijn leger dat bij laagtij de IJzer reeds overgestoken was terug. Hij wendde de aandacht tijdelijk van Nieuwpoort-stad af en concentreerde zich op het Spaanse leger dat hem op de hielen zat. Het werd, op 2 juli 1600, een gevecht in regel: de troepen van Maurits op de rechteroever van de IJzer, de manschappen van Albrecht even verderop in de duinen van Lombardsijde en Westende. Leken de Spaanse troepen aanvankelijk aan de winnende hand, dan wisten de Hollanders het tij in de namiddag te keren en de strijd in hun voordeel te beslechten. Ondanks zijn overwinning liet Maurits het oorspronkelijke plan, nl. de inname van Nieuwpoort, varen en trok zich in Oostende terug. De rust was echter van korte duur. Op 5 juli keerden de Hollandse soldaten naar de IJzermonding terug. Albrechts soldaten hadden zich gehergroepeerd en in Nieuwpoort-stad verschanst. De Hollanders belegerden de stad maar vielen niet aan. Nieuwpoort deed zijn reputatie van “onneembare vesting” eer aan. Een week later werd het beleg afgeblazen en keerde Maurits onverrichter zake naar het Noorden terug.

 
Grotere kaart weergeven

   De Poolreiziger

"De poolreiziger” is een kustwerk van de hand van de Nieuwpoortenaar Freddy Cappon. Hij heeft het beeld gemaakt in opdracht van het stadsbestuur, ter gelegenheid van het vertrek van poolreiziger en ex-Nieuwpoortenaar Dixie Dansercoer op expeditie in 2007.
Het beeld symboliseert vooral de eenzaamheid en de uitgestrektheid van het heelal. De ingebeelde weg die Dixie doorkruist met zijn ski's, alleen met zijn gedachten en gevoelens, strekt zich uit tot aan de hemelpoorten.
Het beeldhouwwerk is een dukdalf, ode aan Nieuwpoort. De pilaren zijn 6m hoog, de cirkelbogen vormen de Noord- en Zuidpool."

 

 

 
Grotere kaart weergeven

   De Frontzate

De frontzate is aangelegd op het voormalige traject van de spoorlijn van Diksmuide naar Nieuwpoort, soms ook gekend als Lijn 74.
Vanaf 1983 werd deze verlaten en ondertussen opgebroken spoorweg als wandel- en fietsroute opengesteld. Gedurende de eerste jaren kon men op het bestaande assenbed van Nieuwpoort naar Diksmuide rijden.
Bij de realisatie van de lange afstandsfietsroute (LF 1- Noordzeeroute) liep een deel van het traject langs de Frontzate. Door het groot succes bij de fietsers en wandelaars werd voor een bredere en betere verharding geopteerd. De nieuwe ‘Frontzate’ werd net voor de zomer 1990 heropend.
Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog was ‘de Frontzate’ een belangrijke verdedigingslinie. Gedurende deze oorlog vervulde Lijn 74 een belangrijke strategische rol, ondermeer tijdens de onderwaterzetting van de IJzervlakte waarbij de spoorwegberm fungeerde als waterkering. Nog tijdens WO I, werden langsheen de spoorlijn kleine bunkers gebouwd. Deze bakstenen schuilplaatsen werden ingegraven in de spoorwegbermen. Een 70-tal hiervan zijn tussen Pervijze en Nieuwpoort de stille getuigen van deze wrede oorlog.
Wie van een fietstocht vol natuur en geschiedenis houdt, zal zich hier beslist thuis voelen.

 

 

 

Nieuwpoort-stad met zijn historische bezienswaardigheden:

 

  Kaaiplein

De voorbije jaren werd men man en macht gewerkt aan de vernieuwing van de Kaai. Begin april 2009 lopen de werken op hun eind en wordt het resultaat meer en meer zichtbaar.

Het fonteinenplein, met het vissersmonument dat in zijn volle glorie werd hersteld, maar ook de andere zijde van het plein, nodigen nu uit om er te wandelen langs de waterkant, om te flaneren langs de viswinkels, om de relikten die naar de visserij verwijzen te bezoeken of om gewoon te ontspannen op één van de terrasjes.

Het doorgaand verkeer werd van het lokale verkeer gescheiden. Daarenboven wordt zwaar vervoer drastisch geweerd. Dit maakt het mogelijk dat het Kaaiplein nog aan aantrekkingskracht wint, en het oude imago van verkeersknooppunt verdwijnt. De inplanting van een nieuw en attraktief tramstation zal die indruk nog versterken.

Het aantrekkelijke plein kan nu volop zijn rol als poort naar de historische binnenstad gaan spelen, en vormt meteen ook de 'missing link' tussen de wandelpromenade langs de havengeul en de binnenstad.

 

 

    Vissersmonument

Dit monument uit 1958, van de hand van beeldhouwer de Soete, herinnert aan de op-zee-omgekomen vissers tijdens de laatste oorlog en later. Elk jaar, op Tweede Pinksterdag, is dit het trefpunt voor de hulde aan de op zee omgekomen vissers.

 

 
 

     Brits Gedenkteken: "Memorial to the Missing":

   

Dit gedenkteken werd in 1999 beschermd als monument en herdenkt 566 Britse soldaten die sneuvelden tijdens de Slag om Antwerpen in oktober 1914 en tijdens de IJzerfrontgevechten in juli 1917.  De namen van de Britse gesneuvelden zijn gegraveerd op bronzen platen.  De Britse gesneuvelden behoorden hoofdzakelijk tot de 'Royal Naval Division'.  Het monument is omgeven door 3 liggende leeuwen.  Het monument bevindt zich op de parkeerplaats van het Koning Albert I-monument aan de Westendelaan.


  Koning Albert I-monument:

 

Het Koning Albert I-monument werd opgericht op initiatief en met de steun van de oudstrijdersverenigingen van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De boorden van de IJzer werden als plaats gekozen om de grote rol die deze rivier speelde tijdens de eerste wereldoorlog.  

Het gedenkteken werd onthuld op 24 juli 1938 in aanwezigheid van Koningin Elisabeth, Koning Leopold III, Prins Karel, Prins Boudewijn en Prinses Joséphine-Charlotte. De ontwerper van het gedenkteken is Julien De Ridder, de beeldhouwer is Karel Aubroeck.

Brede toegangstrappen leiden naar het kruisvormig terras van 2500 m².
Het cirkelvormige gedenkteken heeft een diameter van 30 meter. Tien dubbele balkvormige zuilen met een vlakke doorsnede van 2 m op 1 m dragen de ringbalk met een omtrek van 100 meter.  De wandelgang boven op de zuilenkring is bereikbaar via een wenteltrap of lift. Van daar heb je een prachtig vergezicht over de beroemde Ijzervlakte en Nieuwpoort.

Het oorlogsmonument werd gebouwd uit baksteen, vervaardigd uit klei die gedolven werd uit de IJzervlakte. In talrijke stenen zitten nog granaatscherven. 

Het Albert I-monument staat net buiten de oude stadskern op de rechteroever van de IJzer bij het sluizencomplex de Ganzepoot.

 

Sluizencomplex "De Ganzenpoot"

De bouw van dijken, de aanleg van sloten en kanalen en het aanbrengen van sluizen hebben er toe geleid dat het oorspronkelijk slikken- en schorrenlandschap van het hinterland, tot vruchtbare landbouwgrond ingepolderd werd. Zonder ingenieus afwateringssysteem zouden de polders bij springtij nog steeds blank staan. Een cruciaal punt in dit drainagesysteem is het sluizencomplex “De Ganzenpoot”.
De vannen of uitlaatsluizen maken mogelijk dat de lage polders zich kunnen ontdoen van het overtollige water, terwijl de sluizen het waterpeil van de kanalen ten behoeve van de scheepvaart regelen. De deuren van de vannen zijn bij vloed gesloten, bij eb worden ze geopend om het overtollige water naar zee te loodsen. De eigenlijke sluizen worden gebruikt voor het versassen van schepen.

Via de “Ganzenpoot” staat de Havengeul in verbinding met liefst zes verschillende verkeers- en/of drainagerichtingen. Van noord naar zuid hebben we achtereenvolgens:

  • Het Nieuw Bedelfverlaat: een afwateringskanaaltje van de polders
  • De Gravensluis: het kanaal Nieuwpoort-Plassendale vormt een ontsluiting naar de Oostkust toe
  • Het Springverlaat: de kreek van Nieuwendamme is een voormalige, meanderende loop van de IJzer en verzorgt de afwatering van de Nieuwlandpolder
  • De Iepersluis: de huidige IJzer
  • Het Veurne-Ambachtverlaat: de aflossingsvaart staat in verbinding met de Noordvaart en de Slijkvaart. Het regelt de drainage van de polders van Ramskapelle en vormde een belangrijke schakel in de onderwaterzetting in 1914 die de Eerste Wereldoorlog een beslissende wending gaf (zie verder).
  • De Veurnesluis: het kanaal Nieuwpoort-Duinkerke ontsluit de Westhoek en vormt een verbinding met de Noord-Franse haven, Duinkerke.

In het verleden heeft het sluizensysteem van Nieuwpoort, door onderwaterzetting, er herhaaldelijk voor gezorgd de stad te vrijwaren van overrompeling en bezetting door vreemde legers. Franse en Duitse invallers hebben het aan den lijve, en tot hun scha en schande, moeten ondervinden.
De onderwaterzetting in 1914
tijdens “De Grooten Oorlog” blijft daarbij het meest tot de verbeelding spreken: op 4 augustus 1914 breekt de hel los en rolt de pletwals van de Duitse keizer Willem II ons land binnen. Koning Albert I doet een tragische oproep om de laatste lap grond die nog rest, afgezoomd door IJzer en Ieperlee, en met de zee in de rug, tot het uiterste te verdedigen. Deze verdedigingslinie houdt stand dankzij een bondgenoot die het water van de IJzer is. Toezichter van de Noordwatering, Karel Cogge, uit Veurne, kent het hydraulische net van vaartjes, beekjes en afvoerkanaaltjes die via de Nieuwpoortse sluizen hun water met de IJzer uitwisselen; en schipper Hendrik Geeraert uit Nieuwpoort weet hoe met het materiaal om te gaan. Zij openen de sluizen en laten het water het hinterland binnentrekken. Het stijgt buiten zijn oevers en zet de vlakte blank: het dwingt de vijand zich terug te trekken. Het front zal hier gestabiliseerd blijven tot het zegevierend eindoffensief in 1918.
 


Grotere kaart weergeven

 

   Frans gedenkteken

Dit monument voor de Franse '81° Division d'Infanterie Territoriale' (D.I.T.) werd onthuld op 7 oktober 1928.  De sector "Nieuwpoort" werd eerst door Belgen, maar reeds vanaf oktober 1914 door Fransen bezet.  De '81° Division d'Infanterie Territoriale' kwam eind oktober vanuit de Somme naar Veurne en nieuwpoort.  Op 7 november konden ze de rechteroever van de IJzer op de Duitsers heroveren. 
De divisie nam ook deel aan de gevechten van Lombardsijde op 8, 10 en 11 november.  De divisie hield en organiseerde het bruggenhoofd Nieuwpoort, waar het front zich stabiliseerde.
De divisie stond tot 8 december 1914 onder leiding van Général Margot, en daarna van Général Bajolle.  Ze bestond qua infanterie uit de 161ste (11de en 12de 'Régiment Infantérie Territoriale', kortweg R.I.T.) en 162ste (14de en 16de R.I.T.) brigades. 
De 'Spahis' waarvan sprake op het monument, werden gerekruteerd in de Franse kolonies.

Ter gelegenheid van de nationale hulde aan Z.M. Koning Albert I en de Helden van de IJzer op 2 augustus 2009 werd het monument opgefrist en kreeg het een nieuwe plaats in het groen rondom het complex 'De Ganzepoot'.

 

    Duvetorre of St.-Laurenstoren

Deze ruïne aan de Willem De Roolaan, is een overblijfsel van de voormalige Sint-Laurentiuskerk. De kerk werd meermaals verwoest en in 1384 omgebouwd tot versterkte waterburcht. Rond 1820 werd de oude kerktoren, die als uitkijkpost fungeerde, verbouwd tot buskruitmagazijn. In 1917, tijdens WOI, werd de toren beschoten en bleef slechts één derde van de oorspronkelijke hoogte over.
In de volksmond wordt deze toren de “Duvetorre” genoemd. Dit heeft echter niets te maken met de duiven die erin nestelen, maar alles met de duivel. Hier, in de schaduw van de toren, hield Jeanne Panne haar heksensabbat en had ze haar afspraakjes met de duivel.

  
Grotere kaart weergeven

 

   IJzergedenkteken

Het IJzergedenkteken ligt in de nabijheid van de Iepersluis.
Het beeld is gemaakt door beeldhouwer Pieter Braecke. Het stelt een vrouw voor die, boven op een hoge zuil staat en de Belgische kroon in bescherming neemt. Ze wendt daarbij het hoofd van de vijand af.
De vier figuren rond het gedenkteken verbeelden de weerstand, voorgesteld door een blinde, een gekwetste, een zieke en een weerbare soldaat. Het beeld werd ingewijd op 26 oktober 1930.

 

 
Grotere kaart weergeven

 

   De Reuzen van Nieuwpoort

De Nieuwpoortse reuzenfamilie bestaat uit Jan Turpin, Goliath, Griete, Rosalinde, Puuptje, Jacqueline en Crabbe.
Rekeningen van 1494 wijzen reeds op het bestaan van een reus in de stad. Vóór de eerste wereldoorlog was er een stadsreus die Goliath heette en katholiek stond aangeschreven. Een tweede, Griete, een reuzin, was liberaal gezind. De huidige reus, Jan Turpin II, dateert pas van 1963 en is met z’n 10,60 m. en zijn 760 kg. de grootste gedragen reus van Europa. Er zijn maar liefst 24 dragers nodig om met Jan Turpin op stap te gaan.
Maar wie was deze Jan Turpin?
Niemand minder dan de burgemeester van Nieuwpoort die in 1489 de vrouwen ging vragen met de afgematte mannen mee te strijden voor de vrijwaring van de stad. En, zij vochten zo "cloeckelijck", dat Fransen, Bruggelingen en Gentenaars mochten ophoepelen. Meteen een internationale primeur voor Nieuwpoort, die daarmee in 1489 het eerste “jaar van de vrouw” kon vieren.
De reuzen zijn vaak te bewonderen t.g.v. nationale en internationale feestelijkheden dank zij de dynamische werking van de Nieuwpoortse reuzengilde ‘Jan Turpin’.
Tijdens het evenement “Sneeuw in de Stad 2008 - 2009” maakte Jan Turpijn zijn opwachting in een wel heel speciaal kostuum. Voor de gelegenheid kreeg hij een kerstman-pak aangemeten, en werd daarmee waarschijnlijk de grootste kerstman van Europa.
Tweejaarlijks
(2009 - 2011 - 2013 - …) trekt er een reuzenstoet, met deelname van telkens meer dan 100 reuzen door Nieuwpoort.
 

 

   Jeanne Panne

Jeanne was de dochter van Jan de Deyster en Cathelijne Goossen. Het is niet onbelangrijk te vermelden dat Jan de Deyster te Sint-Joris de naam had een tovenaar te zijn.
Jeanne de Deyster trouwt in 1617 met Jan Panne. Hij was bakker en baatte een bakkerij uit in de Sinte-Mariestraat, de huidige Recollettenstraat. Het was een vruchtbaar huwelijk, waarbij Jeanne zelf 11 kinderen ter wereld bracht. Tien ervan stierven een natuurlijke dood. In 1650 was alleen Joorkin nog in leven.
Jeanne was niet ongeletterd. Ze was een gewiekst handelaarster die het niet als een zwaar vergrijp beschouwde de belasting op de tarwe te ontduiken.
Haar man overleed toen ze vooraan in de vijftig was. De natuur had haar ook niet verwend. Ze had geboortevlekken aan de slapen en op de dij, haar lichaam vertoonde sporen van ettergezwellen en onder haar rechter wenkbrauw had ze “een roode ronde pleck”.
Het waren Jan Jacobs en de moeder van Ryckewaert Schroo die Jeanne Panne als heks aanklaagden. Zowel Ryckewaert Schroo als de dochter van Jan overleden na een bezoek van Jeanne.
Na haar aanhouding werd ze op 10 mei 1650, door de burgemeester en schepenen, naar de pijnbank verwezen. Vooraleer in de halsband geplaatst te worden, werd ze onderzocht waarbij onder haar rechter wenkbrauw een ronde vlek werd ontdekt die ongevoelig bleek te zijn voor de speldenprikken die men aanbracht. Het stigma diabolicum, het teken dat Jeanne Panne een pact gesloten had met de duivel, was gevonden. Ze wordt om 11u ’s avonds in de halsband geplaatst.
Op 14 mei bevestigde zij “libre ende buuten torture” haar bekentenissen. Nog dezelfde dag werd ze veroordeeld tot de brandstapel. Het vonnis werd uitgevoerd op 16 mei 1650.
Om de twee jaar
(2010 - 2012 - 2014 - …) wordt het leven van Jeanne Panne herdacht tijdens een groots opgezet Jeanne Panne Festival.


 

 
Grotere kaart weergeven

 

   Stadhuis

Het Stadhuis dateert in zijn huidige vorm in Vlaamse neo-renaissance uit 1922. Bij de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog streefde men er naar om alle belangrijke openbare gebouwen nabij het marktplein te concentreren. Voor de bouw van het nieuwe stadhuis dienden daarom liefst vier handelsszaken te verdwijnen.
Het stadhuis huisvest nu een aantal stedelijke administratieve diensten en de infobalie van Toerisme Nieuwpoort het VVV-kantoor. Het interieur bevat een rijke verzameling kunstwerken waaronder etsen, tekeningen, aquarellen, schilderijen en beelden. Op het eerste verdiep staat een maquette van Nieuwpoort anno 1600. Bouwkundig behoort dit stadhuis tot de neo-vlaamse renaissance. Boven de korfboogdeur is het vroegere wapenschild van de stad aangebracht. Het bestaat uit de afbeelding van een ploegende boer en een visser met anker. Bovenaan wordt de Latijnse benaming van de stad, nl. “Novus Portus” vermeld.

In het midden van het Marktplein bevindt zich een arduinen steen met de aanhef van de Stadskeure van Nieuwpoort, uitgekapt door Willem Vermandere. Deze Vrijheidskeure werd aan Nieuwpoort verleend door Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen in 1163. De toekenning van een Stadskeure betekende voor Nieuwpoort een volledige autonomie op bestuurlijk, fiscaal en juridisch vlak. Deze Keure is het bewijs van het belang van Nieuwpoort door de eeuwen heen.


      Stadshalle

Naast het stadhuis op het Marktplein, vind je de Nieuwpoortse Halle, beter bekend als Stadshalle.
Men neemt aan dat er op dezelfde plaats reeds in 1280 een halle was. Dit beklemtoont duidelijk het bloeiende handelsverleden van de kuststad.
De halle werd in de loop der tijd meermaals verwoest. De laatste verwoesting dateert uit de Eerste Wereldoorlog. Nadien werd de Stadshalle in zijn oorspronkelijke stijl en met de oorspronkelijke materialen heropgebouwd in 1920. In het recente verleden waren er verschillende musea ondergebracht, maar sedert de laatste restauratie in 1999 doet de halle nu nog enkel dienst als tijdelijke expositieruimte en vormt het een uitgelezen decor voor feestelijke ontvangsten door het stadsbestuur.

 

    O.-L.-Vrouwekerk

De hoofdkerk van Nieuwpoort, de O.-L.-Vrouwekerk staat bij het Marktplein. Het eigenlijke kerkgebouw werd na de complete verwoesting door beschieting in WO I, tussen 1920 en 1923 weer opgebouwd volgens het model van na de restauratie van 1899 – 1905. Uit deze restauratie is aan de zuidzijde van de kerk een stuk zuil overgebleven, die ook nu nog herinnert aan de vierde kerkbeuk die in 1834 werd afgebroken.
De kerktoren dateert van een nog latere periode. In 1952 voltooid, herbergt deze toren nu de beiaard. Vóór de Eerste Wereldoorlog stond hier een renaissancetoren uit de 17de eeuw die echter volledig vernield werd.

    Bouwgeschiedenis

  • 1165: Er wordt een kapel opgericht onder het patronaatschap van de Sint-Niklaasabdij van Veurne. Deze groeit vlug uit tot een éénbeukig Romaans kruiskerkje met hoofdbeuk, transeptarmen en koor.
  • 1300-1325: Het koor wordt tot een driebeukig hallekoor vergroot. De vlakke sluiting blijft echter behouden en vormt een stilistische reminiscentie aan de Romaanse architectuur.
  • 15de eeuw: De benedenkerk wordt tot drie gelijkwaardige hallen in gotische stijl vergroot.
  • 16-18de eeuw: In deze periode worden een aantal veranderingen en verbouwingen uitgevoerd, die echter naderhand weer teniet gedaan worden. Zo fungeert de brede dwarsbeuk enige tijd als hoofdbeuk met een ingangsportaal aan de noordzijde en een vijfzijdig koor aan de zuidkant.
  • 1631: De bouw van de renaissance-toren in het zuidoosten wordt gestart, maar verder dan de vierzijdige onderbouw geraakt men niet.
  • 1735: De toren wordt “barok” voltooid met een achtkantige bovenbouw en een helmvormige spits.
  • 1914-1918: Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de Onze-Lieve-Vrouwekerk volledig verwoest.
  • 1922: Met uitzondering van de toren wordt de gotische hallenkerk historiërend heropgebouwd. J. Viérin uit Brugge is de architect.
  • 1946: Herstelling van de schade na de brand van 1940 en 1944 toen de daken en de gewelven instortten.
  • 1952: Ten noorden van de noordelijke dwarsarm bouwt men een vrijstaande neogotische toren, naar een ontwerp van de architecten J. en L. Viérin.
 

   Beiaard

Vanaf 1413 maken de stadsrekeningen melding van een “enghiene met appeelen”, van “eenen man slaende en betekenende de ueren van den daghe”.
De klokken werden vanuit Brugge en Amsterdam naar Nieuwpoort gebracht. Ondertussen is de reeks klokken op de halletoren zodanig uitgebreid dat de ganse inrichting omstreeks 1680 naar de stadstoren werd overgebracht, waar de beiaard beter tot zijn recht kon komen.
In 1735 werd deze beiaard, die niet zeer welluidend kan geweest zijn, door een nieuwe vervangen, met klokken gegoten door Pieter Vanden Gheyn uit Leuven. Enkele jaren later leverde Georgius Dumery uit Brugge nog enkele klokken. Deze beiaard werd volop ingeschakeld in het openbaar leven te Nieuwpoort.
De wereldoorlog 1914-1918 heeft hier bruusk een einde aan gesteld: de beiaardtoren werd door de Belgische genietroepen op 17 oktober 1914 tot ontploffing gebracht; alleen wat stukken brons, enkele beschadigde klokken en de handbeschermers van beiaardier Deschieter zijn bewaard gebleven.
1952
is het jaar waarin, na 35 jaar, de beiaardtraditie terug wordt opgenomen. Er zijn aanzienlijke vernieuwingen: zowel de architectuur van de toren, als de diachromatische vieroctaafsbeiaard zelf, wijken wezenlijk af van de vroegere.
De huidige toren is als bouwwerk voltooid en past bij de stijl van het kerkgebouw. De reeks van 67 klokken (basis Es, 1407 kg) werd gegoten door Marcel Michiels Jr., klokgieter te Doornik en werd gestemd volgens de Pythagorese stemming. Dit delicate werk gebeurde onder toezicht van Victor Van Ghysegem, een deskundige op dit gebied.
Dit keer werd de beiaard als muziekinstrument in de klokkenkamer opgesteld en niet meer in de campanile, zoals vroeger gebruikelijk was.
In 1992 werd de ganse installatie (met uitzondering van de klokken) vernieuwd door de firma Clock–O–Matic uit Holsbeek (B) waarbij de nieuwste technieken toegepast werden.
Er worden regelmatig beiaardconcerten en beiaardbezoeken georganiseerd.

 

 
Grotere kaart weergeven

 

Ramskapelle

Om de oorsprong van dit dorp te vinden dienen we terug te gaan naar 1138, wanneer de naam “Ramsecapel” voor het eerst wordt opgemerkt: Hrabnas kapella = kapel van de Germaan Hraban.
Begin van de 11de eeuw
was Ramskapelle nagenoeg geheel door het zeewater overstroomd. Bij de droogmaking, door inpoldering, speelden de monniken van de Duinenabdij te Koksijde een belangrijke rol. Vandaar dat een aantal middeleeuwse landbouwbedrijven, o.m. “De Hemme” de eretitel “abdijhoeve” dragen.
De frontlijnpositie tijdens de Eerste Wereldoorlog was een catastrofe voor het bouwkundig patrimonium. Eind 1918 was dit polderdorp een grote puinhoop. Begin jaren ’20 werd het dorp heropgebouwd.
Naast een aantal andere herinneringen, vind je aan de gevel van het eerste huis voorbij de spoorweg een gedenkplaat van het 14de linieregiment.
In 1971 werd Ramskapelle, met zijn 1528 ha merkelijk groter dan Nieuwpoort zelf, administratief bij Nieuwpoort gevoegd.
De Sint-Laurentiuskerk is gebouwd aan het pittoreske dorpsplein van de deelgemeente Ramskapelle en dateert uit de wederopbouwcampagne (1923) na de Eerste Wereldoorlog. Het interieur is illustratief voor een landelijke hallenkerk. De Romaanse doopvont, die in 1925 door de pastoor herontdekt werd, is het pronkstuk van de kerk.

 

   Sint-Joris

De nederzetting werd voor het eerst vernoemd in 1240 als “Sancti Georggi in terra nova” (de Sint-Jorisparochie in een nieuw ontgonnen gebied).
Sint-Joris werd enkele decennia na Ramskapelle van het Duinkerke III-overstromingswater bevrijd.
Ook hier trok de Eerste Wereldoorlog een diep spoor van vernieling doorheen de gemeente. Zo werd de dorpskern in 1914 opgeblazen. De algemene heropbouw was omstreeks 1925 voltooid. Sinds 1971 behoort Sint-Joris administratief bij Nieuwpoort.
De neogotische Sint-Gregoriuskerk van de deelgemeente Sint-Joris werd na de Eerste Wereldoorlog heropgebouwd (1922). Het interieur en het 20ste eeuwse meubilair zijn uiterst sober.

 

 

Voor meer info kan u ook steeds terecht bij de Dienst voor Toerisme, Marktplein 7, Tel. 058 22 44 44 - Fax 058 22 44 28

Hendrikaplein, Tel 058 23 39 23

e-mail : [email protected]

Recent Videos

1032 views - 2 comments
839 views - 0 comments
1351 views - 0 comments

Oops! This site has expired.

If you are the site owner, please renew your premium subscription or contact support.